Lonneker

This slideshow requires JavaScript.

Advertisements

History is His Story. Over de verhalen die we vertellen en de zoektocht naar thuis

Goedenavond. Hartelijk welkom allemaal. Voordat ik iets over mijzelf vertel wil eerst Esther van Filosofie in Den Haag en Heske van Nest hartelijk bedanken voor de uitnodiging om een lezing te komen houden op deze interessante locatie, waar al even interessante werken zijn tentoon gesteld.

Mijn naam is Clara Bolle. Ik heb filosofie en kunst- en cultuurwetenschappen gestudeerd. Ik heb onder andere als freelance docent filosofie gewerkt. Tegenwoordig publiceer ik regelmatig essays in allerlei tijdschriften, onder andere bij Streven, Extaze en Tijdschrift voor Filosofie. Daarnaast dicht ik en maak ik illustraties bij mijn teksten. Voor meer informatie over mijn werkzaamheden verwijs ik u naar mijn website clarabolle.wordpress.com en mijn social media profielen op Linkedin en instagram.

De titel van de lezing die ik vanavond voor jullie ga verzorgen is ‘History is His Story. Over de verhalen die we vertellen en de zoektocht naar thuis’. De titel is, zoals u kunt zien, ontleend aan de gelijknamige tentoonstelling ‘History is His Story’, waar wij hier vanavond in Nest middenin staan.Een centrale plek in deze tentoonstelling wordt ingenomen door de nalatenschap van muzikant en mysticus Sun Ra. Hij staat in een lange traditie van denkers en dichters die de oorsprong, het bestaan en het noodlot van de mensheid hebben bezongen. Ik houd jullie de volgende intrigerende woorden van Sun Ra voor:

they say that history repeats itself
but history is only his story
you haven’t heard my story yet
my story is different from his story

Deze woorden, die ook op de muren van de tentoonstellingsruimte te vinden zijn, zijn erg passend voor deze avond, die in het teken staat van het maken van nieuwe mythologieën, maar ook in het herontdekken en opnieuw interpreteren van bestaande. Vanaf het begin der tijden vertellen mensen zichzelf mythes, oftewel verhalen. Over waar wij vandaan komen, wie wij zijn en waar we uiteindelijk naar toe gaan. Eén van de belangrijkste verhalen uit de Griekse mythologie is de Odyssee van Homeros.

Homeros was één van de belangrijke dichters uit de Griekse oudheid. Hij schreef vele liederen, onder andere over het noodlottige leven van Odysseus. Het eerste van Homeros’ verhalen over Odysseus is de Ilias. De Ilias is één van de oudste verhalen uit de Westerse literatuur, en algemeen wordt aangenomen dat de Illias in de achtste eeuw voor Christus is opgeschreven.

In de Ilias beschrijft Homeros de Trojaanse Oorlog, een periode van tien bloedige jaren waarin Odysseus vocht tegen de Trojanen, de bewoners van de belegerde stad Troje. In de Odyssee, in feite het vervolg op Ilias, richt Homeros zich meer op de persoon van Odysseus. Homeros vertelt in dit tweede verhaal over een andere periode van tien jaar: zo lang heeft Odysseus erover gedaan om zijn geliefde thuisland te vinden. Homeros schrijft:

‘Zing van de man van de duizend listen, Muze, die zoveel rondzwierf, nadat hij de heilige stad van Troje verwoest had, die van veel mensen zag hoe ze woonden en hoe ze dachten, die veel ellende kreeg te verduren (…)’.

Deze man van duizend listen, die zoveel rondzwierf, deze man van vele wegen is Odysseus, de man die in één leven duizend levens heeft geleid. Een man van list, een man van strijd, een man ook van vele vrouwen, maar vooral de man die meer op zee verbleef dan op het vaste land.We kunnen ons afvragen of wij allemaal niet een beetje op de held Odysseus lijken. Want zijn wij in feite niet allemaal onderweg? Zijn wij niet allemaal op zoek naar de ware bestemming van de mens, op zoek naar thuis, op zoek naar de oorsprong?

Deze vragen, wie wij zijn, waar wij vandaan komen en waar we heen gaan, zijn vragen die de mensheid zich vanaf het begin der tijden stelt. De mens zwerft als het ware rond in zijn eigen bestaan. Dit nomadische bestaan beperkt zich niet tot de fysieke wereld, tot bestaande plaatsen of tot een bepaalde tijd.

Ook op minder tastbare manieren, zoals door middel van dromen, wensen, verlangens, zintuiglijke waarnemingen, herinneringen en emoties, reist de mens door de tijd. De zogenaamde lineaire opvatting van tijd, dat wil zeggen van tijd als een rechte lijn, met een duidelijk afgebakend verleden, heden en toekomst, wordt doorkruist door onze emoties en herinneringen, die zich van die rechte lijn niets aantrekken. In deze lezing ga ik met u op onderzoek naar de oorsprong. Ik ga dat doen aan de hand van de Odyssee van Homeros. Deze zoektocht naar het oorspronkelijke thuis kennen we ook wel onder de naam nostalgie.

In onze tijd is nostalgie vooral het fijne gevoel dat ons doet denken aan onze jeugd: de geur van de kiosk waar we vroeger voetbalplaatjes kochten, het uitzicht uit onze kinderkamer. Als we vervolgens wat kritischer zijn, is nostalgie ook een marketingvehikel om ons karamelsnoepjes, huizen, meubels en zelfs politieke visies te verkopen.

Nu is nostalgie natuurlijk veel meer en genuanceerder dan dat. Nostalgie is een manier om door ons eigen, persoonlijke verhaal te reizen, door het bewuste, door het onbewuste, door de tijd heen. Want we zijn allemaal op zoek naar thuis, naar de plek waar we tot rust kunnen komen en ons weer kunnen hervinden. Dat verlangen naar  nostos, naar het thuis, dat wij allemaal zo goed kennen, wordt heel goed gerepresenteerd door Odysseus.

Nostalgie betekent letterlijk een verlangen (in het Grieks: algia) naar thuis (in het Grieks: nostos). Hoewel je door deze taalkundige herkomst misschien anders zou verwachten, heeft het begrip nostalgie niet haar oorsprong in de Griekse oudheid, maar in het Zwitserland van de zeventiende eeuw. Het begrip is geïntroduceerd door de jonge Zwitserse arts Johannes Hofer in zijn proefschrift Dissertatio Medica de Nostalgia, oder Heimwehe uit 1688. Hofer gebruikte het begrip nostalgie om een vreemde en tot dan toe onbekende ziekte aan te duiden onder Zwitserse huurlingen in Franse dienst, die op de laaglanden van Frankrijk leden aan hevige heimwee naar hun bergachtige thuisland. Deze heimwee, dit verlangen naar huis, was zo sterk onder de Zwitsers dat ze er letterlijk ziek van werden, en zo raakte het Franse leger waar ze in dienst waren behoorlijk verlamd.

De Odyssee leert ons een aantal lessen over nostalgie. Zo laat de Odyssee ons zien dat nostalgie een ‘condition humaine’ is, wat zoveel wil zeggen als het noodlot van het menselijk bestaat, en dat het dus geen werkelijke ziekte is. Wij vinden ons thuis, onze nostos, in de taal, in de verhalen die wij onszelf vertellen, ook al zijn die verhalen afkomstig van een ander.

Nostalgie gaat over de oorsprong, over waar wij allemaal als mens vandaan komen.  Dit verlangen naar een thuis, een plek van herbronning, noemen we nostalgie. Het is niet voor niets dat één van de muzen in de verhalen van Homeros, de Griekse godinnen van kunst en wetenschap, de Herinnering is, want nostalgie zorgt door haar enorme verbeeldingskracht voor een scheppingsdrang in de kunsten. Nostalgie, de zucht naar de bron van het bestaan, kent allerlei verschijningsvormen. Zo is de heimwee naar je geboorteland die de Zwitserse huurlingen ervoeren een verschijningsvorm van nostalgie, maar ook de gevaarlijke geschiedvervalsing van het verleden waar sommige politieke leiders zich van bedienen is nostalgie.

In de Odyssee komen verschillende soorten nostalgie naar voren. Ik wil daarom drie fragmenten uit het verhaal van Homeros beschrijven, waarin verschillende vormen van de zucht naar thuis naar voren komen. Dat zijn (i) het bezoek aan de nimf Kalypso, (ii) de terugkeer naar Ithaka en (iii) de ontmoeting van Odysseus met zijn vrouw Penelopeia.

We beginnen met de ontmoeting met de nimf Kalypso, een verleidelijk en gevaarlijk goddelijk vrouwwezen:

‘En ze vond hem op een rots, weer eens in tranen, want hij sleet zijn zoete leven huilend van heimwee. En de Nimf kon hem niet meer bekoren, al ging hij elke nacht noodgedwongen in de gewelfde grot met haar naar bed. Zij wilde hem die niet wilde’.

In dit fragment delen zowel Odysseus als Kalypso het verlangen, alleen verlangen zij verschillende zaken. Odysseus verlangt naar zijn vrouw. De vrouw van Odysseus staat voor hem voor zijn thuisland. Kalypso daarentegen verlangt naar diegene die zij als Godin niet kan bezitten, namelijk Odysseus. De nadruk ligt in dit citaat dus op het verlangen. Wij moeten ons hierbij realiseren dat de Griekse godenwereld wordt gekenmerkt door zeer menselijke, sterfelijke eigenschappen en onhebbelijkheden: de Griekse goden stonden bol van jaloezie, woede en hebzucht. Het is dus niet vreemd dat de godin Kalypso haar zinnen zet op iets wat zij niet kan krijgen.

Interessant wordt het echter hoe Odysseus haar verlangen deelgenoot maakt van zijn verlangen, hoe hij haar verlangen omzet in een terugkeer naar thuis. Dit gaat als volgt. Kalypso wil graag Odysseus bij zich houden, maar Odysseus verlangt zo naar zijn vrouw Penelopeia dat hij tegen de mooie godin Kalypso zegt:

‘(…) Al te goed weet ik hoe Penelopeia, schrandere vrouw, bij u in het niet zinkt, als men naar uiterlijk schoon of lichaamslengte zou kijken. Zij is een sterfelijke vrouw, u onsterfelijk en jong voor het leven. Toch is mijn vurige wens en smacht ik er elke dag weer naar huiswaarts te gaan en de dag te beleven waarop ik terugkeer’.

De sluwe Odysseus zegt hier uitdrukkelijk dat hij naar huis wil terugkeren, zonder de gevaarlijke godin te kwetsen. Hoewel Kalypso mooi en onsterfelijk is, kiest Odysseus voor zijn sterfelijke en afwezige vrouw. De mooiste vrouw in de hemel en op aarde is voor Odysseus geen alternatief voor het thuis dat zijn vrouw Penelopeia voorstelt. De (fysieke) onbereikbaarheid van Penelopeia maakt het verlangen van Odysseus des te vuriger, zo vurig dat hij zelfs een godin durft af te wijzen.

Het verlangen naar thuis, het verlangen naar zijn vrouw, werkt in feite als een kaleidoscoop: het object van verlangen vermenigvuldigt zich en wint zo aan schoonheid. Deze vermenigvuldiging geeft het object van verlangen, in dit geval Penelopeia, een schittering waardoor het verlangen nog intenser wordt. Verlangen werkt als het bekende Russische Matroesjka-poppetje: je haalt het buitenste beeldje open, waar nog een beeldje uitkomt. Dat haal je ook open, en vervolgens komt daar ook weer een beeldje uit, en weer een beeldje, enzovoorts. Zo is het ook met verlangen; je verlangt naar je thuis of naar je vrouw, en met de herinnering, het openmaken van elk beeldje, wordt het verlangen heviger en stralender. Verlangen kent geen begin en geen einde.

Het verblijf van Odysseus bij Kalypso gaat dus om het verlangen binnen de nostalgie. Dit verlangen is de redding van Odysseus, omdat hij Kalypso deelgenoot kan maken van zijn verlangen. Odysseus zet als het ware het verlangen van Kalypso naar hem, naar Odysseus, om in zijn eigen verlangen naar thuis. Het blijkt dat dit verlangen zo sterk, zelfs oneindig is, dat Kalypso, de godin, realiseert dat ze daar niet tegen op kan.

Waar bij Kalypso met name de nadruk ligt op het verlangen binnen de nostalgie, op de algia, gaat het volgende stuk van de Odyssee, over zijn thuisland Ithaka, eerder over thuis, dus over de nostos:

‘Niets is zo zoet als het eigen land en de eigen ouders voor een man, wanneer hij moet leven in vreemde streken, eventueel in een machtig huis, maar ver van zijn ouders’.

Hier verzucht Odysseus zijn thuisland Ithaka. Dit is het type nostalgie dat wij ook wel kennen als heimwee. In dit citaat staat niet het verlangen, algia, centraal zoals bij Kalypso, maar het thuis, nostos, centraal. Dit is de nostalgie van de goede oude tijd, van onze jeugd, van toen alles nog ogenschijnlijk beter was.

Bij dit type nostalgie wordt het verleden selectief gepresenteerd. Er mogen geen gaten of onderbrekingen zitten in de traditie. Het goede oude thuis moet direct en als nieuw beschikbaar zijn. Omdat het om het thuis gaat en niet om het verlangen, heeft deze vorm van nostalgie ook een gevaarlijke dimensie. Het ‘thuis’ moet immers beschermd worden tegen de tand des tijds, maar ook tegen de vreemdeling, de vijand, van buiten of van binnenuit.

Na vele omzwervingen bereikt Odysseus eindelijk zijn thuis, zijn beloofde Ithaka, maar pijnlijk genoeg herkent hij zijn eigen land niet meer:

Wee, o wee, bij welk volk, in welk land ben ik nu weer gekomen? Woont hier een wild en onbeschaafd volk dat god noch gebod kent, ofwel een volk dat de vreemdeling eert en godvrezend van aard is? Waar moet ik heen met dit hele bezit en waar moet ik zelf heen, al zwervend en wel?’

Na vele jaren van omzwervingen hebben de zoete herinneringen en de voortschrijdende tijd vat gekregen op Odysseus’ voorstelling van zijn thuisland. Nostalgie kent een andere verhouding tot het verleden dan geschiedenis. In tegenstelling tot geschiedenis, is nostalgie geen chronologische volgorde van ware gebeurtenissen. Nostalgie is een bundeling van sentimenten, emoties en sensaties, die dwars door de tijd snijdt.

In het geval van de terugkeer van Odysseus is er een discrepantie ontstaan tussen zijn voorstelling van Ithaka en het huidige, werkelijke Ithaka. Thuis speelt zich vooral af in het hoofd van Odysseus. Doordat Odysseus zijn land niet herkent, is er ook geen erkenning mogelijk van zijn eerdere herinneringen aan Ithaka. Odysseus verliest twee keer zijn land, namelijk eerst door zijn verwrongen herinneringen, en vervolgens door de teleurstelling van niet ingeloste verwachtingen, die überhaupt al nooit een realiteitstoets kenden.

Nostalgie, een verlangen naar thuis, is een gedeelde emotie. Nostalgie maakt een relatie of een gemeenschap hechter. De identiteit van een gemeenschap wordt bestendigd door het delen van herinneringen, van gedeelde verlangens naar een thuis. Dit is echter ook meteen het gevaar van het gemeenschapsgevoel dat door nostalgie wordt gevoed: daar waar mensen een gedeelde geschiedenis hebben, gevoed door sentimenten zoals nostalgie, is het als vreemdeling moeilijk om aansluiting te vinden.

De nostalgie die Odysseus voelt bij zijn vaderland Ithaka gaat dus vooral om nostos, om thuis. Hier is thuis weliswaar de oorsprong van Odysseus bestaan, maar het is, in het begin althans, niet reflectief, niet kritisch. Thuis wordt volkomen onkritisch gepresenteerd als een suikerzoete voorstelling van wat ooit was. Niets mag dit perfecte beeld van Ithaka aantasten. Pas wanneer Odysseus geconfronteerd wordt met de realiteit stelt hij zijn voorstelling van thuis bij.

Voor ons betekent deze vorm van nostalgie dat wij vooral het tuinpad van onze vader van Wim Sonneveld zien, hoe mooi ook, maar dat wij de illegale abortussen, het beschouwen van homoseksualiteit als ziekte en de wettelijke toestemming voor verkrachting binnen het huwelijk uit het oog verliezen. Nostalgie biedt een mooie façade met daarachter allerlei misstanden. Dit geldt natuurlijk ook voor onze persoonlijke nostalgische gevoelens. Niets is wat het lijkt.

Tot nu toe zijn de twee delen van nostalgie, de algia, het verlangen, en de nostos, het thuis, besproken. Ik beloofde nog een derde voorbeeld te geven. Dat is de ontmoeting tussen Penelopeia en Odysseus. Die is met name interessant omdat hij gaat over hoe de genoemde twee onderdelen van nostalgie samenkomen in de sfeer van de intimiteit. Het volgende fragment gaat om het krijgen van erkenning door middel van het delen van een herinnering.

Wanneer Odysseus bij zijn paleis aankomt ziet hij er uit als een varkensboer. Penelopeia, de vrouw van Odysseus, wil weten of deze verwilderde man ook daadwerkelijk haar Odysseus is. Om te testen of het wel om Odyssees betreft, verzint Penelopeia een list. Door te stellen dat een ander het echtelijk bed heeft verplaatst, verwacht Penelopeia een bepaalde reactie van Odysseus. Odysseus reageert geprikkeld en zegt dat het onmogelijk is om het bed te verplaatsen. Alleen hij, de maker van het bed, kan het verplaatsen. De truc is dat de je de hoofdstam moet doorzagen. Nu weet Penelopeia zeker dat het haar Odysseus is die terug gekeerd is. Pas wanneer Odysseus de lakmoesproef van Penelopeia doorstaat, is er sprake van een erkenning.

In dit geval betekent herkenning ook erkenning. Voor Penelopeia is de gedeelde herinnering aan het bed, een object dat hun verbond representeert, een wachtwoord. Ze weet dat alleen Odysseus dit wachtwoord ook kent. De herkenning van het bed, de geschiedenis van het bed, zorgt voor een erkenning van hun relatie. Het bed representeert een gedeelde herinnering, een gedeeld thuis en tevens een gedeeld verlangen.

Doordat Penelopeia haar man herkent en daarmee erkent realiseren zij zich beiden zichzelf. Niet alleen zijn ze niet langer vreemden voor elkaar, maar ook niet meer voor zichzelf. De blik van herkenning maakt dat zij hun identiteit weer terug krijgen. Hiermee is de cirkel, het verhaal, weer rond. Wat begon met een diep verlangen naar thuis, naar de oorsprong, is in ware een herkenning en erkenning van jezelf en de ander.

Ik kom aan het slot van de lezing. Samen met Odysseus hebben we een reis gemaakt door onze verlangens, herinneringen en emoties. Door het gedicht van de Odyssee wordt duidelijk dat nostalgie een diep menselijk sentiment is. Het verhaal van de Odyssee zegt iets over dat wat wezenlijk is voor het menselijk bestaan, te weten de zoektocht naar de oorsprong en de erkenning van het zelf.  Dit is wat de Odyssee ons leert.

The myth is neither bad nor good. Its potentials are unlimited’zo dichtte Sun Ra. Dit is wat de dichters en denkers ons nalaten. Dit is onze geschiedenis, onze toekomst, ons bestaan. Voor ons resten de volgende vragen: Welke verhalen vertellen wij elkaar nu? Waar gaan onze verhalen over? Wat laten we achter voor de volgende generaties?

Ik wil u hartelijk danken voor uw aandacht; aarzel vooral niet om vragen te stellen.

Odysseus-768x352

Ariadne en de stier

 

 

Het noodlot heeft me in jouw armen gedreven.

Leid me uit dit doolhof op weg naar zegeviering.

Laurierbladeren zullen onze liefde genezen.

 

Mijn stierenman, boreling van een vorstin en een sneeuwwitte os.

Laat me je voeden met mijn vruchtbare boezem.

Zie mij hier staan: maagd, een prinses, de dochter van Kreta.

Verloren in je vacht, je huid streelt mijn granieten hart.

 

De tijd is gekomen om ons samenzijn neer te slaan.

Reeds met eer getrouwd, mijn plicht is jou te laten dwalen in een woestijn van stenen.

Waarom wij zo ongelukkig zijn volgens Nietzsche

“Is pessimisme noodzakelijkerwijs het teken van neergang, verval, van mislukt zijn, van vermoeide en verzwakte instincten? Bestaat er zoiets als een pessimisme vanuit kracht? Een intellectuele voorkeur voor het harde, huiveringwekkende, kwade, problematische van het bestaan, en dat vanuit een gevoel van welzijn, van overstelpende gezondheid, vanuit de volheid van het bestaan?”

 Friedrich Nietzsche in ‘Een proeve van zelfkritiek’

 

Friedrich Nietzsche was niet alleen filoloog en filosoof, maar met name ook cultuurarts. De ziekte van Europa begint bij de Nietzsches vaststelling dat God dood is: “God is dood (…). En wij hebben hem gedood (…). In welke richting bewegen wij ons? Weg van alle zonnen? (…) Dolen wij niet als door een oneindig niets? (…)”. De dood van God betekent niet zozeer vrijheid als wel dat de moderne mens geen kompas voor het leven meer heeft. Alle zekerheden zijn verloren gegaan. Dit is de voedingsbodem geweest voor een ziek Europa.

 

De diagnose die Nietzsche bij Europa stelt is dat Europa aan decadentie lijdt, dat wil zeggen: verveling, leegte, angst en pessimisme. Door de decadentie, de verzwakking van de Westerse cultuur, heeft het nihilisme om zich heen gegrepen. De crisis van het nihilisme betekent dat we geen antwoorden meer hebben op zingevingsvragen, zoals vragen naar de dood, het lijden, de gemeenschap en het mysterie van de werkelijkheid. De mens moet het voortaan zonder wegwijzer doen.

 

De moderne Europese mens is een product van die decadente samenleving: ‘niets is moderner dan dit fundamentele ziek zijn, deze overprikkeling van de nerveuze machinerie’. De oorzaak van de decadentie is niet zozeer dat God dood is (dat is slechts een voedingsbodem), maar veeleer het feit dat de uitvinders van de moraal, zoals ascetische priesters, schrijvers en filosofen, hun eigen tekortkomingen hebben vastgelegd in onze ethiek.

 

Wat is Nietzsches medicijn voor het verzwakte Europa? Hij vindt zijn antwoord, zijn medicijn, in het dionysisch pessimisme. Nietzsche “wil het ondraaglijke leven transformeren in een oneindige hartstocht, zonder te vluchten naar een andere wereld (…)”. Volgens Nietzsche moet de mens aanvaarden dat de wereld een ‘tranendal’ is. Pas als de mens het lot (dat de wereld slecht en het leven waardeloos is) aanvaardt, is het voor de mens mogelijk het leven te aanvaarden. Dit is wat Nietzsche ‘pessimisme vanuit kracht’ noemt.

 

Als voorbeeld neemt Nietzsche de oude Grieken. Het aanvaarden van het leven als een tragedie was volgens Nietzsche de levenshouding van de Grieken. De Grieken onderkenden het noodlottige van het bestaan van de mensheid, waardoor ze het leven konden affimeren. Dit is de levenshouding die wij, de moderne mens, moeten aannemen, willen we de crisis te boven komen, aldus Nietzsche.

Image result for de vrolijke wetenschap

Wond/Roos

Wondroos 1Wondroos 2Wondroos 3


Wond/Roos

Clara Bolle

De fenomenologie van een val. Vertraagde film mis geschoten. De scheuring tussen huid en geest. Pijn balsemt de wond en opent de tijd. Zenuwtrekkend, het laatste restje adrenaline.

Aanschouw de snee, observeer de diepte. Snij het oneigene uit met een klap. Het bloed begint al te stollen. Een gedenkteken aan een toekomend litteken. Daar waar het schaaft is waar we aan vergaan.

Op de tast teken ik blaadjes geronnen rood. Vermenigvuldig de smart voor een wonderlijke roos. Een geur van verloren ontmoetingen. Blijf nog even en koester mijn tekort.